Jaap Hamming
Jacob ‘Jaap’ Hamming was PSV-atleet en Philipsjurist. Hij overleefde de oorlog niet. Door domme pech werd Hamming gearresteerd, wat uiteindelijk ook leidde tot zijn dood. Wat is zijn relatie tot PSV en wat heeft hij in de oorlog meegemaakt?
Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit het boek PSV tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het Philips-concern had een vooruitziende blik toen het al in oktober 1934 plannen maakte om in geval van oorlog een deel van de productie te verhuizen naar de ‘Vesting Holland’, het gebied achter de Waterlinie. Philips wilde in geval van oorlog wel het bedrijf draaiende houden. Het Eindhovense bedrijf, waar ook toen al duizenden mensen werkten, beschikt op dat moment over waardevolle research waarvan men niet wil dat de Duitsers die in handen krijgen. Op dat moment is er nog geen oorlogsdreiging in Nederland, maar het bedrijf is wel bezorgd over de economische en politieke onzekerheid in Europa, wat de kans op een gewapend conflict vergroot.
Evacuatieplannen
Philips-topman Frans Otten en bedrijfsjurist en secretaris Jaap Hamming zijn voorstanders van deze voorzorgsmaatregelen. Hamming werkt de evacuatieplannen uit en in november 1936 zijn deze gereed. In het plan wordt tot in detail beschreven hoe een deel van de machines, personeel, voorraden, grondstoffen, boekhouding en de octrooiafdeling moet worden overgebracht naar een veilige plek achter de Waterlinie en later eventueel naar Engeland. Hamming past in de jaren die volgen het evacuatieplan steeds aan. Hij krijgt daarbij vanaf 1938 hulp van zijn oom, generaal Henri Winkelman, die als adviseur is aangetrokken. En dat is geen overbodige luxe, want de dreiging vanuit Duitsland wordt steeds reëler.
Jaap Hamming wordt in het najaar van 1939 opgeroepen voor militaire dienst als reserveofficier bij de Koninklijke Landmacht. Uiteindelijk wordt hij in mei 1940 niet ingezet. Hij wordt in diezelfde periode, begin september 1939, ook lid van PSV, dan nog een voetbal- én atletiekvereniging. Hamming beoefent er atletiek. Hij is sportief en is ook bedreven in hockey, schermen en zeilen (bron: kleindochter Annelette Hamming. Over zijn prestaties bij PSV is overigens niets bekend.

Niet altijd eens met Frits Philips
Hamming ziet de wijze waarop Frits Philips omgaat met de nieuwe situatie in het bedrijf na de Duitse inval in eerste instantie met lede ogen aan. Hij vindt dat Philips ‘karakterloos’ optreedt aan het begin van de oorlog, maar aanvaardt dit wel. Hij vindt dat Philips ‘vele fouten maakt, maar tegelijkertijd ook goede kwaliteiten bezit. En hij wordt door het gehele personeel op handen gedragen.’ (Bron: Geschiedenis van Philips Electronics N.V., I.J. Blanken). Zijn anti-Duitse opvattingen blijken ook uit zijn dagboeken, die voor het grootste gedeelte bewaard zijn gebleven.
De reactie van Hamming is begrijpelijk, omdat hij al jaren de situatie in Duitsland in de gaten houdt in verband met het door hem gemaakte evacuatieplan. Daardoor ziet hij liever een hardere opstelling van Frits Philips tegen de bezetter. Gezien het standpunt van Hamming is het ook niet vreemd dat juist Hamming een van de eersten is die zich aansluit bij de Ordedienst.
De Ordedienst en het Nationaal Steun Fonds
De OD, die landelijk opereert, wordt al in een vroeg stadium van de oorlog opgericht met als voornaamste doel om de openbare orde te bewaren als de Duitsers weer vertrekken. Men wil zo voorkomen dat er een periode zonder bestuur en gezag in het land ontstaat. De organisatie gaat ervan uit dat de Duitsers weer snel zullen vertrekken uit Nederland. Als dit niet geval blijkt, ondernemen veel leden ook andere verzetsactiviteiten. De OD gaat zich bezighouden met het verzamelen van gegevens en inlichtingen, die zij doorsturen naar Engeland. Hamming wordt commandant van Gewest 18 (Eindhoven en omgeving). Zijn taken bestaan mede uit het onderhouden van contacten met andere Philipsmedewerkers die illegale werkzaamheden verrichten.
Hamming is ook actief bij het Nationaal Steun Fonds, net zoals twee andere PSV’ers, Arie Voorwinde en Theo Tromp. Hij werkt daarin ook nauw samen met enkele andere Philipsmedewerkers. In het boek Geschiedenis van Philips Electronics wordt aangenomen dat Hamming een belangrijke rol vervult in de financiering van het verzet, veelal met geld van Philips. (Bron: Geschiedenis van Philips Electronics N.V., I.J. Blanken) Op welke manier hij dat precies doet, is onbekend. Ook Tromp speelt daarin een voorname rol.
Afkeer van de Duitsers
Op 7 december 1940 zouden Jaap en zijn vrouw Françoise Hamming een feest geven ter gelegenheid van hun 12,5-jarig huwelijk. Het feest blazen zij vanwege de oorlog af. In plaats daarvan sturen ze familie en vrienden het boekje Den Vaderlant Ghetrouwe en een bijbehorend schrijven:
‘Wij hadden gaarne op zeven december in een klaterend feest voor U getuigenis willen afleggen van ons geluk in het huwelijk, dat wij op 7 Juli 1928 te Leiden sloten. Maar de ’Beroerten‘, die over ons vaderland wederom zijn losgebarsten, hebben ons de lust benomen om festiviteiten aan te richten op een ogenblik, waarop velen getroffen zijn door rampspoed en ellende, anderen leven en god dagelijks veil hebben voor onze bevrijding, ons allen mogelijk nog grotere ontberingen te wachten staan. Ge vindt de gedachten die ons gezamenlijk leven thans beheersen, vertolkt in de slotwoorden van een oud Geuzenlied: ’Strijt vroom voor Uwe goede saeck, maeckt dat hij uijt het Lant geraeck‘.
Ook daaruit blijkt dat Hamming een grote afkeer heeft van de Duitsers, iets dat hij niet onder stoelen of banken steekt. Hij lijkt goed op de hoogte te zijn van wat er elders in het land gebeurt. Zo schrijft hij op 14 juni 1941: ‘In Amsterdam weer Jodenvervolgingen. Zondag 8 juni en volgende dagen
werden jonge Joden opgepakt. O.a. van Poseidon weggehaald, van tennisbanen opgepikt, enz. Zonder enige aanleiding en zonder opgave van redenen. Gemeld wordt dat circa 500 Joden zijn ingerekend en vermoedelijk naar een kamp in Drenthe worden gevoerd.’

Hamming duikt onder na verraad door Anton van der Waals
In de zomer van 1942 is de OD inmiddels flink gegroeid, ook in Eindhoven. Hamming weet echter niet dat een spionagegroep van Philipsmedewerkers met wie hij contact heeft, de beruchte verrader Anton van der Waals in hun midden heeft. In juli 1942 worden door diens toedoen tien verzetsleden opgepakt, waarna in de maanden erna nog twintig leden volgen. Onder hen ook een andere PSV’er, Miel Lanegger. Ook de naam Hamming wordt dan bekend, maar toevallig is hij dan niet in Eindhoven.
Hamming is op dat moment aan het zeilen in Friesland, samen met mede-PSV’er en vriend Theo Tromp, Philips-collega Tonny Guépin en hun gezinnen. Hamming schrijft hierover in zijn dagboek:
‘13 juli 1942. Vanmorgen om 6 uur, tijdens mijn aanwezigheid in Grou, is de Gestapo mijn huis binnengedrongen na vernieling van een deurruitje, omdat er niet opengedaan werd. De huisbewaarders sliepen vast en hoorden de bel niet. Zij hebben gepoogd mij te arresteren. Deze boodschap werd mij hedenavond overgebracht per telefoon en later, rond 22.00 uur per persoonlijk koerier. In de avondberichten werd duidelijk gemaakt, dat op onze vangst nogal prijs wordt gesteld en dringend werd aangeraden om, indien we ons niet wilden laten vangen, nog dezelfde avond uit Grou te verdwijnen. Morgen zullen we een bespreking met onze mensen in Nijmegen hebben.’
Onderduiken in Bussum
Het verzet regelt een onderduikadres voor Hamming, zijn vrouw en hun vier kinderen. Het betreft een leegstaande villa in Bussum waarvan de eigenaren in Nederlands-Indië vastzitten. Vanuit daar gaat Jaap door met zijn verzetswerk, waarvoor hij vaak op pad is. Françoise, de vrouw van Jaap, zit ook in het verzet en huisvest enkele onderduikers in hun tijdelijke villa.
Op 19 oktober 1942 lijkt het Hamming beter om een poosje ergens anders te vertoeven. In zijn dagboek schrijft hij: ‘Vandaag begint een nieuwe etappe in ons vagebondenbestaan. Vanmiddag hebben wij de Veenhut te Loosdrecht betrokken.’ Met ‘wij’ bedoelt hij zichzelf en Philips-collega Guépin. Zij blijven daar ondergedoken tot 31 mei 1943.

Ook tijdens zijn onderduikperiode is Hamming soms kritisch over Philips. Als hij in 1943 telefoneert met de chef van de afdeling Technische Bedrijven, zegt hij dat na het Sinterklaasbombardement (6 december 1942) personeelsleden veel te snel de schade herstellen: ‘Als dat de stemming onder de ingenieurs is, dan is een tweede bombardement nodig.’ Dat de Philipsmedewerkers relatief snel zijn met het herstel, ligt in de angst voor een dreigende tewerkstelling in Duitsland. Tussen april en oktober 1942 zijn al tienduizenden (voornamelijk metaal)arbeiders opgeroepen. Een lot dat waarschijnlijk ook veel Philipspersoneel boven het hoofd hangt als de fabrieken niet snel genoeg hersteld worden.
Dat Jaap ook op andere plekken onderduikt, belet hem er niet van om zijn gezin op te zoeken. Dat blijkt uit een op 2 maart 1944 geschreven aantekening van zijn oudste zoon Dick in een dagboekje: ‘Moeder jarig, veel gekregen, vooral van vader, die erg lief was.’ Slechts tien dagen later wordt Hamming opgepakt.
Opgepakt door domme pech
Op 12 maart 1944 stapt Hamming op de trein. Zijn vrouw Françoise heeft gevraagd of hij die dag ‘thuis’ wil komen om op de kinderen te passen, omdat ze graag naar de verjaardag van haar moeder wil. Met de fiets stapt hij op de trein, maar ergens tussen Den Haag en Amsterdam wordt Hamming gecontroleerd. Hij beschikt over een vals persoonsbewijs dat hij kan laten zien bij controles. Dat wil hij uit zijn zak halen, maar tijdens het zoeken valt per ongeluk zijn echte persoonsbewijs op de grond. Daarop wordt hij gearresteerd en vastgezet in de gevangenis van Amsterdam.
Vanuit daar wordt hij later naar het Oranjehotel, de bijnaam voor de Duitse gevangenis in Scheveningen, gebracht. Hoe lang Hamming in de gevangenis van Scheveningen zit, is niet bekend. Wel dat hij later wordt overgeplaatst naar Kamp Haaren. Opvallend genoeg zit Hamming daar in dezelfde cel als Frits Philips eerder, cel 97-1. (Bron: Gedenkplaats Kamp Haaren)
Verzetslid en mede-PSV’er Theo Tromp weet in 1943 onder valse voorwendselen Kamp Haaren binnen te komen. Aanleiding is de arrestatie van onder meer een andere PSV’er, Gautier Thal Larsen. Via de SD’er Krämer heeft Tromp al eerder verschillende mensen vrij gekregen door de Duitsers te paaien met radio’s en sigaretten. Tromp poogt dat ook te doen bij Hamming, waarna Krämer een dossier over Hamming laat verdwijnen waarin hij wordt beschuldigd van bezit van wapens en munitie. Daardoor wordt de PSV’er ‘slechts’ beschuldigd van het bezitten van een vals persoonsbewijs en twee jaar onderduiken. Voor deze twee feiten wordt Hamming ook uiteindelijk veroordeeld.
Via Kamp Vught naar Sachsenhausen
Hamming zit op dinsdag 5 september, Dolle Dinsdag, nog in Kamp Haaren. Met name in het zuiden van Nederland gaan dan geruchten rond dat de geallieerden onderweg zijn. Zowel Nederlanders als Duitsers geloven de sterke geruchten en dat leidt tot vreemde taferelen. Nederlanders wachten de geallieerden her en der al op, terwijl op veel plekken Duitsers en Duitsgezinde Nederlanders op de vlucht slaan. Hetzelfde gebeurt in Kamp Haaren. Gevangenen worden haastig naar andere kampen gestuurd, zo ook Jaap Hamming. Hij wordt naar Kamp Vught gebracht, maar de Duitsers zijn ook dat kamp al aan het ontruimen. ’s Avonds en de volgende dag worden de mannelijke gevangenen naar Sachsenhausen getransporteerd, de vrouwen naar Ravensbrück. Op 4 en 5 september worden er in alle haast nog 117 executies uitgevoerd.
De vertrekdatum van Hamming is volgens de kampadministratie 6 september. Hamming zit daar dus niet gevangen en verblijft er maar enkele uren. Uiteindelijk wordt Kamp Vught pas op 26 oktober bevrijd, maar dan is het kamp allang leeg.
Op 9 september komt Hamming aan in concentratiekamp Sachsenhausen. Hij verblijft daar ruim een maand en werkt tijdens zijn verblijf gedwongen bij de Heinkel-fabriek in Oranienburg, waar gevechtsvliegtuigen worden gebouwd. Op 16 oktober 1944 wordt de PSV’er opnieuw op transport gesteld, dit keer met bestemming Neuengamme.
Aurich-Engerhafe
Lang blijft Hamming waarschijnlijk niet in Neuengamme. Het buitenkamp Aurich-Engerhafe wordt rond 21 oktober actief, en ook Hamming wordt naar dit kamp gestuurd. Het kamp is bedoeld voor vooral politieke gevangenen die in de buurt moeten werken aan de Friesenwall, een verdedigingslinie in het noorden van Duitsland. De gevangenen moeten vooral tankgrachten en loopgraven graven. Zij maken hier lange dagen met lichamelijk zwaar werk.
Het project wordt met spoed aangelegd, maar is slecht gepland en wordt slecht uitgevoerd. Bovendien naderen de geallieerden snel. Het project wordt daardoor totaal overbodig en wordt nooit voltooid. Eind 1944 stoppen de werkzaamheden en vanaf 15 december worden de gevangenen teruggestuurd naar Neuengamme. 22 december houdt Aurich-Engerhafe alweer op te bestaan. De tankgrachten waar ook Hamming aan werkte, zijn dan nog niet voltooid.
Voor Jaap Hamming komt de bevrijding echter te laat. Een maand eerder, op 23 november, komt het PSV-lid om het leven in het concentratiekamp. Als doodsoorzaak wordt ziekte (‘bloedige dysenterie’) genoemd. Twee dagen later wordt Hamming begraven in Engerhafe.

Op zoek naar Hammings graf
Oud-PSV-voorzitter Anton van Anrooy, die na de oorlog de Oorlogsgravenstichting op zal richten, houdt zich persoonlijk bezig met de zoektocht naar het graf van Hamming. Van Anrooy is dan hoofd Sectie Identificatie en Berging bij de Landmacht. Beiden kennen elkaar ongetwijfeld van PSV en Philips, waar zij werkzaam waren. Voor luitenant-kolonel Van Anrooy is de zoektocht dan ook een persoonlijke. Een intern schrijven aan Van Anrooy van onbekende datum (ergens tussen 1945 en december 1946) meldt:
‘1. Wanneer Mr. J. Hamming in Neuengamme gestorven is (deze plaats ligt c.a. 25 KM van Hamburg van Bergedorf) dan zal men waarschijnlijk het stoffelijk overschot niet vervoerd hebben naar Engerhafe bij Aurich, want deze plaats ligt in Oostfriesland (bij Emden).
2. Zeer veel slachtoffers van Neuengamme zijn begraven op het kerkhof te Ohledorf d.i. gemeente Hamburg.
3. In mijn registratie komt voor: Jacob Hamming. Geb. 27-05-1903, overleden 23-11-1944. Persoonlijke eigendommen gevonden in safe te Husum.’
De locatie waar Hamming begraven kan liggen, is dan nog niet bekend, al blijkt dat uiteindelijk een massagraf in Engerhafe te zijn. Van Anrooy maakt de uitkomst van het onderzoek echter niet meer mee vanwege zijn vroegtijdige overlijden op kerstavond 1946. In 1946 wordt Hamming herdacht in een uitgave van de Vrije Philips Koerier. In clubblad De PSV’er is vreemd genoeg geen aandacht voor zijn overlijden.
Hamming wordt op 29 mei 1954 herbegraven op Nationaal Ereveld Loenen. Daar wordt op 13 december 1957 ook de as van zijn vrouw bijgezet. Op 15 oktober 1986 wordt ook de as van zijn zoon Louis bijgezet in het graf. In de jaren negentig wordt er in Eindhoven-Acht een straat naar hem vernoemd: de Jaap Hamminglaan. Hetzelfde eerbetoon krijgt Jaap Hamming in Waalre met de Meester J.L. Hamminglaan.



